Wanneer is sprake van huur?


Een huurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de verhuurder verplicht is om het gebruik van een zaak (of gedeelte daarvan) aan de huurder te verstrekken in ruil voor een tegenprestatie.

De naam die partijen zelf aan de overeenkomst geven is niet relevant. Soms benoemen partijen hun overeenkomst bijvoorbeeld als gebruiksovereenkomst, stallingsovereenkomst of bewaringsovereenkomst, maar is toch sprake van een huurovereenkomst. Dat heeft tot gevolg dat de wettelijke regels over huur van toepassing zijn.

In gebruik verstrekken van een zaak

De verplichting van de verhuurder om het gebruik van een zaak te verstrekken, ziet vaak op het gebruik van een gebouw, zoals een woning of een bedrijfsruimte. De wet bevat uitgebreide regelingen voor die zaken. Het kan ook gaan om gebruik van roerende zaken, zoals een auto, boot of apparatuur. Het is ook mogelijk om vermogensrechten te (ver)huren. Het gebruiksrecht van de zaak moet voldoende bepaalbaar zijn. Het gebruik van de zaak kan worden beperkt tot een bepaald gebruik of bepaald tijdvak.

Tegenprestatie

De tegenprestatie voor het gebruik van de verhuurde zaak is meestal de betaling van de huurprijs, maar kan ook bestaan uit andere tegenprestaties, zoals het verrichten van onderhoud of het verzorgen van een de eigenaar. Niet iedere tegenprestatie duidt echter op het bestaan van een huurrelatie. De betaling van (alleen) verbruikskosten, zoals de kosten voor het gebruik van water, elektriciteit of gas, zijn geen tegenprestatie voor het gebruik van de zaak.

Mondelinge huurovereenkomst

Een huurovereenkomst is in principe vormvrij. Het is niet vereist dat de huurovereenkomst op schrift is gesteld. Een huurovereenkomst kan dus ook mondeling worden gesloten. Om bewijsproblemen te voorkomen, is het aan te raden om de huurovereenkomst schriftelijk vast te leggen.