Voor toewijzing van de vorderingen voor het verkrijgen van medehuurderschap en voortzetting van de huur bij overlijden van de huurder is vereist dat de bewoner een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de huurder heeft. Indien de verhuurder de gemeenschappelijke huishouding betwist, rust op de huurder een verzwaarde stelplicht ten aanzien van de gemeenschappelijke huishouding (maar de duurzaamheid). De gemeenschappelijke huishouding dient te blijken uit objectieve en subjectieve factoren. De duurzaamheid betekent dat de gemeenschappelijke huishouding op toekomst is gericht en dus niet aflopend is. De gemeenschappelijke huishouding met inwonende kinderen is in principe niet duurzaam, omdat de situatie aflopend is doordat de kinderen op den duur zullen uitvliegen. Dit kan anders zijn indien kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt en door een (min of meer) bewuste keuze bij hun ouders blijven wonen. Het ontbreken van wederkerigheid in de relatie kan een contra-indicatie zijn, maar is geen vereiste. Het is dus mogelijk dat een huisgenoot de zorg draagt voor de huurder of vice versa. De samenwoning tussen grootouders en kleinkinderen dient op dezelfde wijze te worden beoordeeld, maar over het algemeen geldt dat aan die samenwoning een bewuste keuze ten grondslag ligt (die kan duiden op duurzaamheid).
Steeds is vereist dat sprake is van hoofdverblijf van de huisgenoot in de woning. Indien een medehuurder zijn hoofdverblijf verplaatst, verliest hij zijn medehuurderschap. De medehuurder is aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen, behalve voor zover die opeisbaar waren voordat hij medehuurder werd. De essentie van het medehuurderschap is erin gelegen dat de medehuurder de positie van de huurder inneemt indien de huurovereenkomst ten aanzien van de huurder eindigt.
Voor medehuurder geldt een conflictenregeling, waarbij de huurder en medehuurder bij de rechter kunnen vorderen wie de huur al dan niet voortzet [artikel 7:267 lid 7 BW]. Deze regeling is niet van toepassing op contractuele medehuurder, maar aangenomen wordt dat deze regeling analogisch kan worden toegepast op contractuele medehuur. Anders dan bij wettelijke medehuur kan dit alleen in een procedure waarbij de verhuurder wordt betrokken.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek