Kennis

Bibliotheek

Bibliotheek

Wijziging van de huurprijs bij (ingrijpende) verbeteringen

De verhuurder kan tijdens de huurperiode een huurverhoging afdwingen voor door hem aangebrachte voorzieningen ten behoeve van gehandicapten of voor veranderingen of toevoegingen waardoor het woongerief is gestegen [artikel 7:255 BW]. Het verhelpen van gebreken logischerwijs valt daar niet onder. Als hoofdregel geldt dat de verhuurder renovatiewerkzaamheden niet zonder toestemming van de huurder mag uitvoeren, tenzij sprake is van een redelijk voorstel (als bedoeld in artikel 7:220 BW). Daarbij dient de huurverhoging in beginsel te worden overeengekomen. Indien partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, kan de wettelijke regeling van artikel 7:255 BW worden toegepast, waarbij de geldende huurprijs wordt verhoogd met het bedrag dat een redelijke verhouding staat tot de door de verhuurder gemaakte kosten. bij renovatie is dus het uitgangspunt dat partijen vooraf een huurverhoging overeenkomen en dat deze overeengekomen huurverhoging achteraf kan worden getoetst door de huurcommissie. Deze rekening geldt vanaf 1 mei 2021 ook voor de vrije sector.

De huurverhoging moet in redelijke verhouding staan tot de gemaakte kosten, maar de totale huurprijs mag niet uitkomen boven de maximale huurprijs op basis van het puntenstelsel. Van een redelijke verhouding tussen de huurprijsverhoging en de door de verhuurder gemaakte kosten is sprake als die kosten kunnen worden terugverdiend in de tijd die na de verbetering nog als economische levensduur van de woning resteert.

De huurder kan bepaalde energiebesparende maatregelen van de verhuurder afdwingen, mits de huurder zich bereid verklaart  tot betaling van een huurverhoging die in redelijke verhouding tot de kosten staat [artikel 7:243 BW].