De huurder van een woning met een gereguleerde huurprijs kan op drie gronden komen tot een verlaging van de huurprijs:
- De huurprijs is hoger dan de maximale huurprijs van basis van het puntenstelsel [artikel 7:254 BW]. De huurder doet dan eerst een voorstel tot huurprijsverlaging aan de verhuurder en kan zich, bij gebreke van instemming, wenden tot de huurcommissie.
- Ongedaanmaking van een eerdere inkomensafhankelijke huurverhoging [artikel 7:252b BW], en
- Tijdelijke verlaging van de huurprijs wegens gebreken, waarbij de huurder van een woning met een gereguleerde huurprijs, naast de weg van huurprijsverlaging door de kantonrechter op basis van artikel 7:207 BW, kan kiezen voor een procedure bij de huurcommissie, mits sprake is van een gebrek op basis van artikel 7:241 BW [artikel 7:257 BW]. In dat geval is de huurprijsvermindering beperkt tot dat maximaal zes maanden voorafgaand aan het verzoek bij de huurcommissie. Een voordeel is echter dat de procedure bij de huurcommissie leidt tot bevriezing van de huurprijs tot het gebrek is verholpen (met uitzondering van een verhoging op grond van een indexeringsclausule).