De wettelijke regels over huurprijzen voor woonruimte zijn neergelegd in onderafdeling 7.5.2 BW, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (UHW) en het Besluit huurprijzen woonruimte (BHW).
Daarnaast publiceert de minister jaarlijks een zogenaamde circulaire huurprijsbeleid, waarin regels staan over (onder meer) de maximale huurverhogingen, de indexering van de WOZ-waarde in de woningwaarderingsstelsels en de indexering van de maximale huurprijsgrenzen.
De wet bevat regels over andere vergoedingen, zoals de servicekosten (“door de verhuurder in verband met de bewoning geleverde zaken en diensten”), de waarborgsom en een regeling over nietigheid van bedingen die de verhuurder een onredelijk voordeel opleveren.
Van de wettelijke regels over de huurprijs en andere vergoedingen kan
niet worden afgeweken, tenzij uit een bepaling anders voortvloeit
[artikel 7:265 BW].
Europese richtlijn oneerlijke bedingen
Naast de wettelijke regels over huurprijzen heeft de Europese richtlijn over oneerlijke bedingen [voluit: Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten] een grote invloed op de geldigheid van afspraken over financiële (en andere) verplichtingen tussen de verhuurder en huurder, mits de verhuurder als professionele verhuurder (of beter gezegd: als handelaar in de zin van de richtlijn) wordt aangemerkt. Op basis van de richtlijn dienen rechters ambtshalve de (on)geldigheid van afspraken te beoordelen over (onder meer) de periodieke verhoging van de huurprijs, contractuele boetes of buitengerechtelijke incassokosten.
Wet goed verhuurderschap
Sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap per 1 juli 2023 is het huurprijzenrecht van woonruimte niet slechts een contractuele aangelegenheid tussen de verhuurder en huurder, maar heeft de gemeente (vergaande) bevoegdheden gekregen om de wettelijke regels over de huurprijs van woonruimte te handhaven.