Veruit de meeste huurovereenkomsten van woonruimte eindigen door opzegging of ontbinding wegens een tekortkoming van de huurder. Daarnaast is huurbeëindiging mogelijk met wederzijds goedvinden (beëindigingsovereenkomst), door ontbinding van de huurovereenkomst door de huurder wegens een gebrek dat de woning onbewoonbaar maakt of gevaren oplevert [artikel 7:279 BW], ontbinding door de verhuurder in verband met de realisering van een bestemmingsplan (met toekenning van schadevergoeding) [artikel 7:281 BW], door het overlijden van de huurder [artikel 7:268 lid 6 BW], door beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst bij onderverhuur van onzelfstandige woonruimte [artikel 7:278 BW en artikel 7:269 BW] en toedeling van het huurrecht [artikel 7:266 lid 5 BW en artikel 7:267 lid 7 BW].
Naast de hierboven genoemde mogelijkheden is huurbeëindiging van woonruimte is ook mogelijk op grond van de algemene beëindigingsmogelijkheden buiten het huurrecht en de beëindigingsmogelijkheden op grond van het algemene huurrecht.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek