Kennis

Bibliotheek

Bibliotheek

Ontvankelijkheid en voorvragen

De niet-ontvankelijkheid van artikel 7:304 BW omdat geen sprake is van bedrijfsruimte (kwalificatievragen) kan in een verzoekschriftprocedure worden beoordeeld en dit leidt tot een bindende eindbeslissing (met gezag van gewijsde) [ECLI:NL:HR:2006:AV6080 (In Off/FFG Properties)]. Als partijen het niet eens zijn, moet dus tijdig hoger beroep worden ingesteld. Het lijkt erop dat ook andere voorvragen, zoals de vraag of reeds aanspraak kan worden gemaakt op huurprijsvaststelling, in het verzoekschrift kunnen worden behandeld, maar literatuur is hierover verdeeld. De regeling tot benoeming van deskundigen strekt ertoe om een impasse te doorbreken en heeft dus niet als doel om de bevoegdheid tot huurprijsvaststelling te beoordelen, maar uit praktische overwegingen heeft dit wel de voorkeur. Daarbij kan erop worden gewezen dat in zo’n geval geen belang bestaat bij het benoemen van deskundigen, zodat het efficiënt is om de voorvraag te behandelen.

De Hoge Raad stelt voor de ontvankelijkheid van het verzoekschrift tot benoeming van deskundigen geen hoge eisen aan het voeren van overleg tussen partijen. De verzoeker moet stellen dat geen overeenstemming is bereikt. Aan de inhoud van het overleg tussen partijen worden geen hoge eisen zijn gesteld. Worden partijen het niet binnen redelijke tijd eens over de huurprijswijziging of de benoeming van deskundigen, of blijft een serieuze reactie (onnodig lang) uit, dan kan geconcludeerd worden dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt als bedoeld in art. 7:304 lid 2 BW. Indien niet de redelijkerwijs in acht te nemen voortvarendheid wordt betracht, kan dat voor de rechter reden zijn om een andere ingangsdatum vast te stellen [ECLI:NL:HR:2013:856 (Halfords/Dela Vastgoed)].