De regel van artikel 7:231 BW, inhoudende dat ontbinding in het geval van een tekortkoming door de huurder slechts mogelijk is door de rechter, geldt ook bij de huur van bedrijfsruimte. Een contractuele bepaling in strijd met die regel is vernietigbaar. In het geval van een tekortkoming door de verhuurder kan de huurder wel buitengerechtelijk ontbinden [artikel 6:265 BW].
Iedere tekortkoming kan grond zijn voor tot ontbinding, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt [ECLI:NL:HR:2018:1810, WR 2018/143 (Tenzij-arrest)].
Ontbinding is voor de verhuurder doorgaans aantrekkelijker dan opzegging van de huurovereenkomst. Bij opzegging is de verhuurder immers gebonden aan opzeggronden, zoals een slechte bedrijfsvoering, en de andere wettelijke regels en formaliteiten.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek