Een verhuurder die eigenaar is geworden op basis van art. 7:226 BW kan de huurovereenkomst (tussentijds) door de rechter te laten ontbinden als hij een krachtens het geldende omgevingsplan bepaalde functie wil verwezenlijken. De verhuurder hoeft geen overheidsorgaan te gaan, maar de medewerking van de gemeente is wel steeds nodig.
Het verschil met de opzeggrond van artikel 7:296 lid 4 onderdeel d BW is dat bij zo’n opzegging niet eerder dan tegen het einde van de wettelijke verlengingstermijn kan worden opgezegd. Daarnaast is de wettelijke opzegtermijn van een jaar niet van toepassing.
De huurder en de onderhuurder aan wie bevoegdelijk was onderverhuurd kunnen een schadeloosstelling vorderen. Bij de bepaling van de schade wordt rekening gehouden met de kans dat de huurovereenkomst zonder de rechtsopvolging zou hebben voortgeduurd. Daarnaast kan ook schadevergoeding worden gevorderd voor hetgeen waarop de huurovereenkomst aanspraak gaf.
Deze bepaling geldt ook voor overige ruimte (artikel 7:230a BW) [artikel 7:310 lid 3 BW], mits sprake is van een bedrijf.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek