Plaatsgebondenheid
Voor de wettelijke definitie van bedrijfsruimte is plaatsgebondenheid als maatstaf genomen. Plaatsgebondenheid is echter geen vereiste voor de kwalificatie als bedrijfsruimte, maar kan alleen bij twijfel een rol spelen. Daarbij gaat het niet om vestiging van een bedrijf op een aantrekkelijke of bereikbare locatie, maar om de afhankelijkheid van een lokale goodwill/klantenkring. De plaatsgebondenheid komt tot uitdrukking in het vereiste van een voor het publiek toegankelijk lokaal.Wettelijke definitie
Onder bedrijfsruimte wordt verstaan (a) een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, mits in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is, (b) een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die krachtens zulk een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een hotelbedrijf en (c) een onroerende zaak die krachtens zulk een overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kampeerbedrijf [artikel 7:290 lid 2 BW].Met een kleinhandelsbedrijf wordt detailhandel bedoeld, zodat sprake is van verkoop (dus niet verhuur) van goederen aan consumenten/particulieren. Voor wat betreft horeca-activiteiten is van belang dat deze activiteiten niet ondergeschikt zijn (zoals bijvoorbeeld een (voor het publiek toegankelijke) kantine of bar van een sportvereniging). Voor een kampeerbedrijf geldt dat geen sprake is van een gebouwde zaak. Een recreatiepark met een pensionbedrijf kan als bedrijfsruimte worden aangemerkt. Met een afhaal- of besteldienst wordt een vervoerbedrijf bedoeld en niet een afhaalpunt voor maaltijden door bezorgers. Een ambachtsbedrijf moet worden onderscheiden van fabrieksmatige productie. Het gaat vaak om handmatige vervaardiging van producten. Activiteiten gericht op lichamelijke behandeling worden niet aangemerkt als een ambacht. Dat kan anders zijn indien producten worden vervaardigd en sprake is van een voor het publiek toegankelijk lokaal, zoals een praktijk voor tandprotheses of een kunstgebit met een wachtruimte voor klanten (zonder doorverwijzing). De dienstverlening betreft uitsluitend de uitoefening van een ambacht of horecabedrijf. Een ambacht kan uitsluitend bestaan uit dienstverlening (zoals een schoenmaker), maar niet alle dienstverlening is een ambacht, terwijl bij een kleinhandelsbedrijf (detailhandel) sprake moet zijn van verkoop. Een grenswisselkantoor is daarom geen kleinhandelsbedrijf en valt evenmin onder dienstverlening in het kader van aan ambacht [ECLI:NL:RBMNE:2021:2495 (NS Stations)]. In de literatuur wordt bepleit om kappers, schoonheidsspecialisten en autopoetsbedrijf aan te merken als ambachten [zie Asser/Rossel & Heisterkamp 7-II 2021/545 en de noot onder ECLI:NL:RBOVE:2018:1707 in WR 2018/176]. De rechtspraak lijkt nog niet zo ver [ECLI:NL:RBOVE:2023:2689 (schoonheidssalon is 230a-bedrijfsruimte)].
Publiek toegankelijk lokaal
Voor de bedrijven zoals genoemd onder punt a is steeds vereist dat sprake is van een voor het publiek toegankelijk lokaal (verkooppunt). Aan de inrichting daarvan worden geen hoge eisen gesteld. Voldoende is ook als de grond voor een verkooppunt voor het publiek toegankelijk is. De eis van een voor het publiek toegankelijk lokaal geldt niet voor het hotelbedrijf en het kampeerbedrijf. De toegang tot een voor het publiek toegankelijk lokaal kan zijn beperkt door entree(tickets), bijvoorbeeld bij een museumwinkel of een winkel in een zwembad, maar niet door een lidmaatschap waardoor slechts toegang is voor een besloten kring, zoals een golfclub, een sociëteit of een conferentiecentrum met toegang voor genodigden tot een congres of evenement.Ook aan de eis van rechtstreekse levering worden geen zware eisen gesteld. Fysieke of directe levering is niet noodzakelijk, mits sprake is van levering aan de eindgebruiker. Indirecte levering door een groothandel of fabrikant (in een toonzaal) is niet voldoende.