Indien een derde een vordering tegen de huurder instelt met betrekking tot gehuurde, namelijk tot uitwinning of tot verlening van een recht waarmee de gehuurde zaak niet belast had mogen zijn, dan moet de verhuurder (na kennisgeving door de huurder) zich in het geding mengen om de belangen van de huurder te verdedigen [artikel 7:211 BW]. Het moet gaan om een rechtsvordering door een derde; de enkele pretentie van een derde is onvoldoende. De regeling is bedoeld voor gevallen waarin de huurder zich zonder bijstand van de verhuurder niet of moeilijk kan verweren, zoals een zakelijk recht, een beding ex artikel 6:252 BW of een overheidsmaatregel.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek