Aangezien een partij op grond van artikel 6:265 BW in geval van een (voldoende ernstige) tekortkoming kan ontbinden, is artikel 7:210 BW vooral in het voordeel van de verhuurder (zodat de verhuurder in afwijking van artikel 7:231 BW buitengerechtelijk kan ontbinden).
Artikel 7:210 BW is echter alleen van toepassing in het geval dat het huurgenot geheel onmogelijk is door een gebrek dat de verhuurder op grond van artikel 7:206 BW niet verplicht is te verhelpen.
Tijdelijke onmogelijkheid valt niet onder het bereik van artikel 7:210 BW. De verhuurder kan dan dus niet buitengerechtelijk ontbinden, maar de huurder wel ex artikel 6:265 BW.
Lid 2 maakt duidelijk dat een verplichting tot schadevergoeding met betrekking tot de schade als gevolg van het eindigen van de huurovereenkomst. Lid 2 wijkt dus niet af van de algemene regel van artikel 6:277 BW.
Kennis
Bibliotheek
Bibliotheek