Medehuurderschap van woonruimte


De echtgenoot of geregistreerd partner van een huurder kan wettelijk medehuurder van een woning worden. Ook andere samenwoners kunnen wettelijk medehuurder worden. De wet kent verschillende regelingen voor deze twee groepen.

Het wettelijk medehuurderschap moet worden onderscheiden van contractuele medehuur. Contractuele huurders zijn samen een huurovereenkomst aangegaan en hebben dezelfde rechten en verplichtingen. De wettelijk medehuurder kan de huurovereenkomst voortzetten als de huurovereenkomst van de huurder eindigt.

Medehuurderschap van echtgenoten en geregistreerd partners

De echtgenoot van de huurder is automatisch medehuurder van de woning, mits de medehuurder zijn hoofdverblijf in de woning heeft. Dat geldt ook voor de geregistreerd partner van de huurder. Partners met een samenlevingscontract worden niet automatisch medehuurder, maar zij kunnen medehuurder worden op grond van de regeling voor samenwoners.

Het maakt niet uit of de huurovereenkomst vóór of na het huwelijk of het geregistreerd partnerschap is gesloten. De enige eis voor het ontstaan van het medehuurderschap van de echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder is dat die persoon zijn hoofdverblijf in de woning heeft.

Medehuurderschap van samenwoners

Ook samenwoners die geen echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder zijn, kunnen wettelijk medehuurder worden. De samenwoner kan met de huurder een verzoek indienen bij de verhuurder om medehuurder te worden. Als de verhuurder niet met het verzoek instemt, kan het medehuurderschap bij de kantonrechter worden afgedwongen. In dat geval moet aan deze voorwaarden zijn voldaan:

  1. De beoogd medehuurder heeft minimaal twee jaar zijn hoofdverblijf in de woning én een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de huurder.
  2. Er mag geen misbruik van het medehuurschap zijn beoogd. Dat betekent dat de vordering niet uitsluitend is ingesteld om de beoogd medehuurder op korte termijn huurder van de woning te maken.
  3. De beoogd medehuurder is in staat om de financiële verplichten uit de huurovereenkomst na te komen.

De kantonrechter mag de vordering niet afwijzen op andere gronden.

Wanneer is sprake van hoofdverblijf?

Het hebben van het hoofdverblijf in de woning moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Een persoon moet dadelijk in de woning wonen. Daarbij kan gedacht worden aan slapen, wassen en eten in de woning. Het enkel ontvangen van de post op een bepaald adres is onvoldoende. De inschrijving in het bevolkingsregister is een aanwijzing, maar niet doorslaggevend.

De medehuurder verliest zijn medehuurschap als hij niet meer zijn hoofdverblijf in de woning heeft, behalve als een medehuurder wegens echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het geregistreerd partnerschap vertrekt. Zodra de echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder zijn hoofdverblijf opnieuw in de woning heeft, ontstaat het medehuurderschap automatisch. De samenwoner dient het medehuurderschap opnieuw te verkrijgen.

Wanneer is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding?

Het voeren van een gemeenschappelijke huishouding betekent dat men dagelijkse bezigheden, zoals eten, huishouding en televisie kijken, samen doet. Een samenwonend gezin of samenwonend stel voeren in de regel een gemeenschappelijke huishouding. Een gemeenschappelijke huishouding kan echter ook bestaan uit andere familieleden of vrienden. De vraag of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding moet aan de hand objectieve (feiten) en subjectieve (bedoelingen) omstandigheden worden beantwoord.

De gemeenschappelijke huishouding moet duurzaam zijn. Dat betekent dat de gemeenschappelijke huishouding op de toekomst moet zijn gericht en dat geen sprake is van een tijdelijke of aflopende situatie. De bedoeling van partijen moet zijn dat de situatie voortduurt.

Het uitgangspunt is dat de gemeenschappelijke huishouding tussen ouders en kinderen niet duurzaam is, omdat kinderen op een zekere leeftijd op zichzelf zullen gaan wonen. Soms kan toch sprake zijn van duurzaamheid, bijvoorbeeld als het kind naar de ouderlijke woning terugkeert om voor de ouder(s) te zorgen of als het kind een bepaalde leeftijd heeft bereikt.

Wanneer wordt de medehuurder zelf huurder?

De echtgenoot of geregistreerd partner die medehuurder is doordat hij zijn hoofdverblijf in de woning heeft, wordt automatisch huurder indien de huurovereenkomst tussen de verhuurder en de huurder eindigt.

De samenwoner die het medehuurderschap heeft verkregen, wordt automatisch huurder indien de huurder overlijdt. Ook als de huurovereenkomst met de huurder anders eindigt, bijvoorbeeld door opzegging of ontbinding, wordt de huurovereenkomst automatisch door de medehuurder voortgezet. Indien voor de woning een huisvestingsvergunning is vereist, dient de medehuurder binnen acht weken een vordering bij de kantonrechter in te stellen. De rechter zal deze vordering alleen afwijzen als de medehuurder geen huisvestingsvergunning voor de woning kan verkrijgen.

Wat zijn de rechten en verplichtingen van de medehuurder?

Vanaf het moment dat het medehuurschap staat ontstaat, heeft de medehuurder alle rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst. Dat betekent dat de medehuurder vanaf dat moment volledig door de verhuurder kan worden aangesproken voor de verplichting om de huurprijs te betalen. De rechten uit de huurovereenkomst, zoals het huurgenot of het herstel van gebreken, kunnen door de huurder en de medehuurder samen worden uitgeoefend.