Wettelijke bescherming van de onderhuurder


De onderhuurder van een zelfstandige woning geniet huurbescherming indien de huurovereenkomst tussen de verhuurder en de huurder eindigt. In dat geval wordt de huurovereenkomst van de onderhuurder voortgezet door de verhuurder. Daarbij maakt het niet uit of de onderhuur wel of niet was toegestaan.

De huurovereenkomst van onderhuurder wordt door de verhuurder voortgezet. Dat betekent dat de verhuurder gebonden is aan de huurovereenkomst van de onderhuurder.

Vordering tot beëindiging van de onderhuur

De verhuurder kan binnen zes maanden na het eindigen van de huurovereenkomst met de huurder een vordering instellen bij de kantonrechter om de onderhuurovereenkomst te beëindigen. De kantonrechter kan deze vordering uitsluitend toewijzen op de volgende gronden:

  1. De onderhuurder is niet in staat om de financiële verplichtingen uit de huurovereenkomst na te komen;
  2. Er mag geen misbruik van de onderhuur zijn beoogd. Dat betekent dat de onderhuur niet mag zijn aangegaan om de onderhuurder de positie van huurder te verschaffen;
  3. Een belangenafweging tussen de belangen van de verhuurder en de onderhuurder waarbij gelet op de omstandigheden niet van de verhuurder kan worden verlangd dat hij de onderhuur voortzet;
  4. Indien op grond een huisvestingsvergunning nodig is en de huurder die niet kan overleggen.

Onderhuurder moet verhuurder informeren

De onderhuurder is verplicht om de verhuurder te informeren omtrent de voortzetting van de onderhuur. Indien de onderhuurder dat niet doet, is hij verplicht om eventuele schade van de verhuurder als gevolg van het niet informeren te vergoeden. Het al dan niet informeren heeft echter geen consequenties voor de voortzetting van de huurovereenkomst.

Schade van de verhuurder bij verboden onderhuur

Indien de huurder niet bevoegd was tot onderverhuur kan de huurder door de verhuurder worden aangesproken tot vergoeding van de schade als gevolg van de voortzetting van de onderhuur. Op grond van de wet is onderverhuur van een woning in principe niet toegestaan. Dat betekent dat een huurder alleen mag onderverhuren indien de huurder op basis van de huurovereenkomst bevoegd is tot onderverhuur. Daarnaast kan de verhuurder aanspraak moeten op boetes indien in de huurovereenkomst een boetebepaling is opgenomen bij verboden onderverhuur. Ook kan de verhuurder afdracht vorderen van de genoten winst die de huurder met de verboden onderverhuur heeft behaald.